Pages: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 >>
Vastgelopen in Uruzgan / Afghanistan als Ideaal Vakantieland
In de Boekenbijlage van het NRC van afgelopen vrijdag 26 mei stond een recensie van "Into the Land of Bones: Alexander the Great in Afghanistan.' De recensent volgt de schrijver van het boek, Frank Holt, en ziet allerlei parallellen tussen de oorlog die Alexander de Grote omstreeks 330 voor Chr. in Azië voerde tegen het oude Perzische Rijk, en de moderne ontwikkelingen in Afghanistan. De recensent besluit zijn verhaal met de woorden: "
e Amerikanen zijn gewaarschuwd, de Nederlandse soldaten in Uruzgan trouwens ook."
De Nederlandse soldaten zullen, als ze boek en recensie gelezen hebben, nu zeker nog meer op hun hoede zijn. Maar is Alexander de Grote eigenlijk ooit in Uruzgan geweest? Wat heeft hij eigenlijk in Afghanistan gedaan? Had hij het werkelijk zo moeilijk? Welnu, de Amerikanen en de Nederlandse militairen kunnen wat betreft Alexander de Grote weer rustig ademhalen. De antieke bronnen vertellen ons dat Alexander het daar eigenlijk vrij gemakkelijk heeft gehad. De weinige tegenstand die er was kwam voornamelijk van de kant van de oude Perzische gouverneurs van het gebied (waaronder Bessus, die door de recensent abusievelijk een Afghaan wordt genoemd), die met lede ogen hadden moeten aanzien dat Alexander het Perzische rijk onder de voet had gelopen en hun oude paleisstad in West-Iran, Persepolis, in de fik had gestoken. Over gevechten met lokale groepen horen we nauwelijks. Prettig land, leuke mensen, zou je eigenlijk denken.
Vanuit West-Iran arriveerden Alexander en zijn leger in de zomer van 330 voor Chr. in de buurt van Herat (modern West-Afghanistan). Ze trokken vervolgens via het zuidwesten en zuiden van het land naar de buurt van het moderne Kandahar. Daar verbleef Alexander ongetwijfeld in de oude hoofdstad van de provincie (Oud Kandahar), waarvan de ruïnes ongeveer vijf km ten westen van modern Kandahar nog steeds duidelijk zijn te zien. Hij bleef hier echter niet zo lang. In de winter van 330/329 voor Chr. trok hij met zijn leger door naar de buurt van het moderne Kabul. Dit zijn allemaal enorme afstanden. Van Kandahar naar Kabul is het al bijna 500 km, en de afstand die Alexander tussen Herat en Kandahar aflegde zal ook al gauw zoiets zijn geweest. In totaal duizend kilometer sjouwen door de woestijnen van Zuid- en Oost-Afghanistan. Werd er veel gevochten? Waarschijnlijk niet, anders hadden we daarvan wel gehoord en was de opmars zeker wel wat langzamer verlopen. In het voorjaar van 329 trok Alexander vervolgens over de bergen naar het noorden van het moderne Afghanistan. Nog voordat hij daar de oude hoofdstad Bactra bereikte (het huidige Balkh, vlakbij de huidige stad Mazar-i Shariff), waren de Perzische leiders al naar het noorden gevlucht. Gevochten werd er niet; alles bleef betrekkelijk rustig. De strijd begon pas toen Alexander zijn leger kort daarop over de Amu Darya rivier leidde (nu de noordelijke grensrivier van Afghanistan), en verder doortrok, over honderden kilometers, naar de stad Samarkand en gebieden nog noordelijker. In die contreien heeft Alexander ruim twee jaar moeten vechten, maar ‘s winters trok hij telkens weer terug naar Bactra in Noord-Afghanistan. Daar was het veilig. Zo veilig, dat het noorden van Afghanistan voor de Grieken en Macedoniërs na de dood van Alexander (hij stierf in 324 in Babylon, in het huidige Irak) een soort beloofd land werd, waar duizenden kolonisten zich vestigden, Griekse steden werden gebouwd en de Griekse taal en het Griekse schrift algemeen werden gebruikt. Hier werden uitgestrekte irrigatiewerken aangelegd. Maar ook in het zuiden kwamen Grieken wonen. Tijdens opgravingen in 1978 vonden we in Oud Kandahar een prachtige Griekse inscriptie uit het midden van de derde eeuw voor Chr.
Enfin, Uruzgan is vandaag de dag geen oord waar ik mijn schoonmoeder heen zal sturen met haar rollator, maar om Alexander de Grote te gebruiken als afschrikwekkend voorbeeld van Afghaanse vechtlust en onbetrouwbaarheid gaat wat te ver. Voor de Grieken en Macedoniërs was het land een ideaal gebied voor R&O, Rust en Ontspanning. Het kan verkeren.
Willem Vogelsang
Source: SPIEGEL ONLINE (April 28, 2006, 12:45 PM):
URL: http://www.spiegel.de/international/spiegel/0,1518,413526,00.html
http://www.bruno-baumann.de/en/index.htm
Tibet’s Lost City
Atlantis in the Himalayas
By Juergen Kremb
Bruno Baumann left Munich in search of the Buddhist Shangri-la and happened upon the true cradle of Tibetan culture -- the silver palace of the Shang Shung kings. Fierce warriors and bloodthirsty shamans ruled this remote mountain realm more than 2,000 years ago. …
Het bovengenoemde artikel van Jürgen Kremb, over een nieuw boek van Bruno Baumann, Tibet’s Lost City: Atlantis in the Himalayas, in Der Spiegel On-Line van 28 april 2006, heeft me van verschillende kanten bereikt met een verzoek om commentaar.
Ogenschijnlijk betreft het hier een slimme PR stunt in verband met het aan de man brengen van dit nieuwste boek van de hand van Bruno Naumann. De meeste collega’s en kennissen die mij hierover benaderden rapporteerden met enig ongeloof en ook wel enigszins ontdaan over de soms, zelfs voor een buitenstaander doorzichtige, krasse desinformatie in het artikel. Vergelijkingen met het ‘fantastische’ werk van Cyril Hoskin, pseudoniem: Lobsang Rampa, werden zelfs getrokken. Ook leek het in de ogen van sommigen misschien pure fictie, de genoemde contemporaine personen (zoals Michael Henss en Tenzin Wangdrak) bestaan toch allemaal echt, of hebben ooit bestaan (Tenzin Wangdrak's lama Khyungtrül Rinpoche, Alexandra David-Néel, Sven Hedin, George Roerich, Giuseppe Tucci etc.). Het stuk is zeker niet zo fantastisch als de schrijfsels van Lobsang Rampa; het heeft stellig, ergens, toch wel voeten in aarde.
Wat evident niet klopt—onder vele andere zaken (teveel om hier te bespreken)—is dat tibetologen hier niet van wisten, dat die het belang ervan pas door toedoen van Baumann hebben leren inzien (een beetje megalomaan misschien?), of dat Baumann iets revolutionairs (of überhaupt maar iets nieuws) ontdekt zou hebben. Het enige dat relatieve nieuwwaarde heeft (maar op zich is dat op zich uiteraard ook niet echt ‘nieuw&rsquo
, is misschien de geheel en al schaamteloze en slecht geïnformeerde manier waarop Kremb hier zaken verdraait (bijvoorbeeld de huidige stand van kennis en speculatie over Zhangzhung en Khyunglung Ngülkhar), eenzijdig belicht (andere mogelijke lokaties voor Khyunglung Ngülkhar en mogelijke andere lezingen van door hem benutte data), en uitbuit (Baumann en zijn nieuwe boek lijken hiermee handig in het centrum van de belangstelling gemanoeuvreerd te worden).
Er staat in ieder geval niet veel nieuws in dit artikel van Kremb. Het meeste is bovendien erg tendentieus, onnauwkeurig, nauwelijks onderbouwd, en gevat in gepolijst, maar ook in anderszins ‘glad’—te weten, enigszins misleidend en in ieder geval onverantwoord (zoniet onverantwoordelijk)—proza. Kremb weet hier de suggestie die uitgaat van selectieve informatieverschaffing tot een kunst te verheffen.
Het artikel lijkt me de opwinding eerlijk gezegd niet waard. Maar Baumann's boek zal wellicht goed verkopen. Ik voel weinig goesting daar mogelijk aan bij te dragen door er publiekelijk op te reageren. Ik heb toch besloten een aangepaste versie van een reactie op een door mij opgezet e-mail discussie forum, dat als thema heeft het culturele gebied waar Baumann en Kremb over schrijven, hier op onze CNWS Kijken naar de Pers pagina toegankelijk maken. Het stuk is in het Engels gesteld. Ik ga niet op alle concrete onwaarheden en halve waarheden in, maar laat hier in eerste instantie enkel mijn gedachten gaan over de wijze waarop Kremb middels journalistieke middelen een schijn van sensatie en mystiek weet te weven (blijkens de reacties die mij bereiken overigens weinig overtuigend, maar misschien juist daarom, vanuit het oogpunt van exposure en zelfpromotie, mogelijk des te effectiever; ook negatieve publiciteit is per slot van rekening publiciteit!).
M.v.g.,
Henk Blezer
Een kanttekening bij het verdrag tussen Spanje en China dat bij uitwijzing uit Spanje naar China iemand geen doodstraf kan krijgen (NRC 2 mei, p. 4). De bedoeling is, volgens het artikel, om naar het buitenland gevluchte corurpte overheidsdienaren toch terug te kunnen krijgen en te bestraffen (waarbij normaliter op corruptie de doodstraf staat). Het NRC bericht noemde een getal van 4000 functionarissen sinds 1978 (voplgens Chinese cijfers).
Volgens de officiële website van de Chinese regering is er in China een debat onder juristen of men zo nog wel corruptie kan bestrijden. Tja, het lijkt me inmiddels allang overtuigend aangetoond dat de doodstraf niet echt helpt, noch tegen corruptie, noch tegen een andere misdaad. Ook is algemeen aangetoond dat doodstraffen veelal selectief (relatief meer naar armere en/of gediscrfimineerde groepen) en soms ook ten onrechte worden voltrokken. China is daar geen uitzondering.
Toen ik ging kijken of ik meer informatie kon vinden via Google (zoekwoorden: death penalty spain china treaty), bleek het grootste aantal links uit Chinese overheidssites te bestaan (nominaal diverse nieuwssites, maar in China is dat overheidsbusiness). Het is duidelijk dat men daar heel tevreden is over dit verdrag. Pas op de BBC site vond ik enige aarzeling.
Mijn eigen aarzeling is de volgende: hoe denkt Spanje te gaan volgen of mensen niet in een later stadium alsnog de doodstraf krijgen en heeft men nagedacht over de andere problemen van het Chinese rechtssysteem (ook al gaat het langzaam vooruit, het voldoet zeker niet aan onze Europese normen). Advocaten zijn over het algemeen taboe, verdachten EN getuigen worden onder druk gezet (fysiek en psychisch, direct en via familie), de vervolging en veroordeling van corruptiezaken is hoogst selectief. Het lijkt me dat een Chinees iemand die tegen zo een uitlevering in beroep gaat bij het Europese Hof een grote kans heeft op deze gronden toch in Europa en Spanje te mogen blijven.
Bovendien: 4000 sinds 1978 mensen die volgens de Chinese overheid corrupt waren en naar het buitenland zouden zijn gevlucht? Dat is toch vrijwel niets. Zou er überhaupt iemand van deze mensen in Spanje terecht zijn gekomen? Ik kan het me niet voorstellen. Dus waar gaat het in deze context werkelijk om. Handel? Aan de Spaanse kant zeker, maar aan de Chinese kant denk ik dat het wel degelijk om de inhoud van het verdrag gaat. Voor intern gebruik, echter, als symbool van hoe ver China wil gaan om iets aan corruptie te doen. Een waarschuwingssignaal dat men nooit veilig is, want de gevangenissen zijn al erg genoeg, ook als men niet (direct!) ter dood wordt veroordeeld.
Barend ter Haar (China)
Naar aanleiding van een artikel over een groot overheidsoffensief tegen de Birmese Karen (NRC 27 april, p. 4) nog het volgende. Op diverse plekken op het Internet wordt bericht over het gebruik van Boeddhisme door de Birmese overheid tegen de Christelijke Karen. Zie bijvoorbeeld de Noorse mensenrechten website Forum 18 of het USA State Department. Meer info via Google, zij het vaak wat ouder. Wat mij intrigeert is het gebruik van het Boeddhisme door de Birmese overheid, die eigenlijk helemaal niet religieus georiënteerd is. Het feit dat delen van het lokale Boeddhisme hiervoor ingezet kunnen worden (ongetwijfeld met hun eigen agenda's) is interessant, omdat het Boeddhisme ook een sterk politieke en soms zelfs militante lading heeft gekregen in Sri Lanka. Het toont, voor Westerlingen misschien onverwachts and zeker ongewenst, dat zelfs (of althans ook) het Boeddhisme heel wel voor geweld kan worden ingezet. Met andere woorden, de vermeende vreedzaamheid van een religie is niet een intrinsieke eigenschap van die religie, maar iets waar men voor moet kiezen.
Barend ter Haar (China)
Dit keer kan ik kort zijn, want gelukkig verschenen er een aantal bijdrages in de NRC die de zaak wat nuanceren:
a. 12-04 (p. 3): van Koningsveld e.a.
b. 14-04 (p. 2) Abu Zayd (ook slachtoffer van een [niet DE] Islam, maar nog steeds gelovig)
c. 20-04 (p. 8)
d. 29-04 (p. 43) M. Berger over islamitisch activisme, waarin hij onder meer vaststelt dat de aanhangers van de Islam in de twintigste eeuw voor het eerst in grote getale zijn gaan lezen, vergelijkbaar met het protestantisme. Dit maakt het islamitisch activisme, dat hier immers uit voortkomt, tot een bij uitstek moderne beweging. Tot zover Berger, ietsjes geparafraseerd. Niet leuk, wel waar. Bovendien: niet heel erg anders dan de strikte Bijbellezers van dit moment, die we ook in Nederland en zeker in de Verenigde Staten nog in grote getale kunnen vinden.
In de nieuwste Academische Boekengids (nr. 56) vat Jan Michiel Otto verder het rapport van het Van Vollenhoven Instituut in Leiden samen onder de titel: "Sharia en recht: botsing of beschaving?". U kunt zijn samenvatting vinden op http://www.academischeboekengids.nl/abg/do.php?a=show_visitor_artikel&id=500.
Maar volgens mij is er een buitengewoon simpel argument. De stelling over de inherente slechtheid van de islam (laat ik het maar zo samenvatten) doet me namelijk sprekend denken aan analoge absolute uitspraken van Marx, Plato, Freud en anderen over hoe de wereld in elkaar zit en hoe de geschiedenis zich MOET gaan ontwikkelen. Nu schrijf ik het volgende op grond van mijn herinneringen aan de relevante vakliteratuur (die ik al meer dan tien jaar geleden heb weggeven toen mijn boekenkast overliep bij de inhuizing van mijn vrouw, ja, we zijn nog steeds getrouwd, maar ik heb er wel spijt van), maar volgens mij kunnen wij hierop de kritiek van Karl Popper op het historisme toepassen. Zodra een leer zegt dat zij de toekomst absoluut kan voorspellen is de mens in staat daar tegen in te gaan, waardoor de toekomst niet meer correct voorspelt kan worden. Met andere woorden: om de absolute en absolutistische kritiek op de Islam te ontkrachten hoeft maar één gelovige (d.w.z. een iemand die zichzelf ziet als islamiet) het anders te zien. Aangezien dat het geval is, is er geen sprake van een juiste analyse. En omdat verreweg de allerallerallermeeste aanhangers van de Islam niet terroristisch zijn, kan deze religie niet de noodzakelijke EN voldoende voorwaarde voor het verschijnsel zijn. Net zo min als het Christendom van Bush alles kan verklaren wat hij doet.
Vooralsnog kunnen we echter alleen maar hopen dat voldoende mensen zich werkelijk in de materie verdiepen.
Barend ter Haar (China)
Recent comments